Vraag & antwoord

De meest gestelde vragen over de Finoven en Tigchelkachel.

Hieronder een overzicht van de meest gestelde vragen over de Finoven en Tigchelkachel. Zit uw vraag er niet bij, stel hem dan gerust aan ons via ons contactformulier.

1. Wat is het verschil tussen een metalen houtkachel en een Finoven of Tigchelkachel?
2. Is een houtkachel wel een goede keuze voor het milieu?
3. Is een Finoven of Tigchelkachel (accumulerende/warmteverzamelende houtkachel) goed regelbaar?
4. Kan ik het vuur zien?
5. Kan onze openhaard worden omgebouwd naar een Finoven of Tigchelkachel?
6. Kan een Finoven of Tigchelkachel op elke schoorsteen?
7. Moet ik mijn woning van te voren gaan isoleren?
8. Welke houtsoort kan het beste in een Finoven of Tigchelkachel worden verbrand?
9. Kan er ook met iets anders dan hout in een Finoven of Tigchelkachel worden gestookt?
10. Kan ik met de stookdeur open branden ?
11. Hoe lang duurt de bouw van een Tigchelkachel of Finoven?
12. Wat is de levertijd?
13. Moeten Tigchelkachel of Finoven in onderhoud worden genomen?
14. Kan het gewicht van een Tigchelkachel op een houten vloer staan?
15. Heeft elke Tigchelkachel een aparte luchtaanvoer nodig?
16. Zal een Finoven of Tigchelkachel elk gebouw kunnen verwarmen?
17. Waar is het gebruik van een Tigchelkachel niet geschikt?
18. Wanneer ik de hele dag weg ben, heb ik dan wel wat aan een Finoven of Tigchelkachel?
19. Kunt u dan ook direct een prijsopgave geven?
20. Waarom is een houtkachel van Chamotte het beste?
21.Uitleg over fouten en misverstanden.

1. Wat is het verschil tussen een metalen houtkachel en een Finoven of Tigchelkachel?
Het verschil zit hem vooral in de continuïteit van warmte en het warmterendement. Bijna elke kachelfabrikant claimt tegenwoordig de uitdrukking Hoog rendement. Toch stookt men brandhout vaak nog in metalen kachels, eigenlijk in de oorspronkelijke kolenkachel. Vroeger kreeg men, met gelijkmatige kolenstook een comfortabele, “aaibare” kachel. Met hout gestookt, wordt zo’n kachel kortstondig heel heet en fluctueert de temperatuur heel sterk door almaar tussentijds bijvullen. Een gelijkmatige warmteontwikkeling is dan alleen af te dwingen door het vuur ‘af te remmen’, smeulend te houden. Een smeulend vuur is een zeer slechte manier van hout verbranden, wat veel rookontwikkeling/vervuiling geeft. Daarmee wordt niet alleen de kans op een schoorsteenbrand groot, maar ontstaat ook het risico van koolmonoxidevergiftiging!

Schoon stoken + rendementen.
Bij een grote warmtevraag, dus bij heet opstoken, kun je brandhout in een metalen kachel wel redelijk schoon verbranden. Het opwarmen van een kamer gaat dan snel, maar door het korte traject binnen de kachel verdwijnt een groot deel van de warmte via de schoorsteen. Dan is een laag warmterendement haalbaar.
In een Finoven of Tigchelkachel is een kortstondige, hoge temparatuur verbranding standaard en leggen de rookgassen daarna nog een lang traject af voor ze de kachel verlaten. Op die manier wordt veel warmte verzameld en een hoog warmterendement bereikt. De steenmassa van een Finoven of Tigchelkachel slaat alle hitte op, zodat hij aan de buitenkant niet te heet wordt maar “aaibaar warm” blijft en gelijkmatig en lang nastraalt.

Soorten brandhout.

Bij zo’n hoge verbrandingstemperatuur en optimale verbranding geven alle houtsoorten per kilogram evenveel warmte. Ook de lichtere houtsoorten, bijvoorbeeld wilgen en populier, zijn dan prima.

2. Is een houtkachel wel een goede keuze voor het milieu?
Hout op juiste wijze, in een daartoe geëigende “houtkachel” verbranden, is één van de meest mens- en milieuvriendelijkste (100% CO2-neutraal) manieren van verwarmen.
Op juiste wijze gestookt, in speciale houtkachels, verbrandt het hout -door de hoge temperatuur- zéér schoon en wordt bijna álle warmte benut, door opslag in deze speciale ”warmteaccumulerende” houtkachels.Metalen kachels zijn geen allesbranders, maar zijn alleen goed met steenkolen te stoken. Met “optimale houtstook” is de warmteontwikkeling nl. veel heftiger en hierdoor ontstaat vrijwel altijd “oververhitting”. Met name in zachte winters en in het voor- en naseizoen, wordt in de metalen kachel het brandhout afgeremd gestookt. Een afgeknepen, smeulend vuur wordt dan gaande gehouden en draagt daardoor in hoge mate bij aan de luchtverontreiniging. De verlaging in luchtverontreiniging (emissies) tussen de “accumulerende” en een “afgeremd brandende” houtkachel vormt wel een factor 500!

3. Is een Finoven of Tigchelkachel (accumulerende/warmteverzamelende houtkachel) goed regelbaar?
De massieve/dikke “accumulatie”wanden van de Finoven of Tigchelkachel, voorkomen dat het te warm wordt. Dit in tegenstelling tot stalen kachels, welke het veelal “snikheet” stoken. De wanden van de Finoven of Tigchelkachel zijn daarom te vergelijken met een soort “fijnafstelling”. Heel langzaam én tevens ook heel geleidelijk, stijgt de temperatuur een aantal graden bij het stoken. Na de stookbeurt neemt na verloop van vele uren de warmteafgifte heel langzaam af. Het moment van de nieuwe stookbeurt is dan het eigenlijke regelen van de temperatuur. Dit is -afhankelijk van externe factoren zoals oa. isolatiegraad van de woning- niet vaker dan één à twee keer per dag.Daarnaast speelt ook nog het zelfregulerend effect van het sóórt stralingswarmte een rol. Langgolvige stralingswarmte -zoals de Finoven of Tigchelkachel levert- is nl. het meest actief bij een groot temperatuursverschil, zoals bijvoorbeeld bij het opwarmen van de (koude)woning. Als de woning op temperatuur is en de zon komt er plotseling bij, dan wordt -doordat het temperatuursverschil afneemt- de straling dus ook vanzelf minder, wat in een vrij stabiele/aangename temperatuurcurve resulteert.

4. Kan ik het vuur zien?
Ja, alle deuren zijn met glas uitgevoerd zodat u van het -relatief korte-, boeiende vlammenspel kunt genieten. De kachel geeft daar dan ook onmiddellijk een gedeelte van de warmte af, waardoor er eigenlijk geen vertragingen ontstaan. Bij de schonere houtverbranding blijft het glas ook langer schoon.

5. Kan onze openhaard worden omgebouwd naar een Finoven of Tigchelkachel?
Om op ‘ombouwen’ met ja te antwoorden, is te gemakkelijk gezegd. Nadat de haard geheel is verwijderd, kan op de bestaande fundering een Tigchelkachel of zelfs een heuse Finoven worden gebouwd. Het bestaande rookgasafvoerkanaal kan ook dikwijls direct worden benut. Na het ombouwen heeft u vervolgens een veel groter profijt, in zowel houtgebruik als in warmtecomfort.

6. Kan een Finoven of Tigchelkachel op elke schoorsteen?
Onze deskundigen kunnen ter plekke bekijken of deze geschikt is, of dat er wat aan dient te worden verbeterd. De minimale doorsnede moet bijvoorbeeld 15 cm zijn. De Tigchelkachels kunnen zowel een aansluiting aan de achterkant krijgen (op verschillende hoogtes), als aan de bovenkant. Een aansluitpunt hoeft dus, voor wat de Tigchelkachel betreft, geen probleem te zijn.Mocht het aanleggen van een nieuwe schoorsteen om wat voor reden dan ook moeilijk uitvoerbaar zijn, een Tigchelkachel kan ook eenvoudig -middels een ventilator- op een muurrooster aangesloten worden. De ‘trek’ wordt dan door de ventilator gemaakt. Deze kan zowel aan de buitenmuur, als op het dak worden bevestigd. Een elektrische aansluiting in de buurt van de kachel is dan wel een vereiste. Bij een adviesbezoek worden de verschillende mogelijkheden allemaal met u besproken.

7. Moet ik mijn woning van te voren gaan isoleren?
Isoleren geeft u het later grootste comfort en heeft het hoogste financiële rendement! Daarna kunt u in de lage energie woning een besluit nemen voor de meest geschikte Finoven of Tigchelkachel. Het effect van de kachel in de woning zal daarna zeker (veel) groter zijn en/of u zult minder hout hoeven te stoken!

8. Welke houtsoort kan het beste in een Finoven of Tigchelkachel worden verbrand?
In principe zijn alle houtsoorten geschikt, als ze maar door-en-door droog zijn! De feitelijke verbrandingswaarde van alle houtsoorten gaat per kilogram. Droog onbehandeld afbraakhout en hout van wegwerppallets is dus ook te gebruiken. Kijk voor meer uitgebreide informatie op de stookwijzer (Stookwaarden inheems brandhout ).

9. Kan er ook met iets anders dan hout in een Finoven of Tigchelkachel worden gestookt?
Tigchelkachels en Finovens zijn speciaal voor het optimaal verbranden van hout ontwikkeld. De lichte houtsoorten prevaleren hierbij zelfs boven de harde soorten. De brandstof kan daarnaast ook bestaan uit houtbriketten. Het zijn evenwel ABSOLUUT géén “Allesbranders”! Tigchelkachels en Finovens zijn, door hun speciale stookkamer, minder geschikt om kolen in te verbranden en kunnen niet met aardgas worden gestookt. Voor het milieu is lokaal gewonnen brandhout het meest gunstig. Gunstiger nog dan aardgas-stook; volgens een onderzoek in 1999 van het N.I.B.E. in Baarn.

10. Kan ik met de stookdeur open branden?
Dit raden wij beslist af,  omdat de unieke werking van de Nozzels in de stookkamer dan verloren gaat en de kans op rookoverlast in de kamer en buiten dan even groot is als bij een openhaard.

11. Hoe lang duurt de bouw van een Tigchelkachel of Finoven?
Een Tigchelkachel wordt vaak al in een halve dag opgebouwd. Met een paar bijkomende werkzaamheden is het in de regel in één werkdag te voltooien. Het bouwen van een “op maat” Finoven kan meerdere dagen (3-7) in beslag nemen. Dit is afhankelijk van de grootte en het ontwerp.

12. Wat is de levertijd?
Bij een -verhuisbare- Tigchelkachel is dit ongeveer 8 weken. Een op maat gemetselde Finoven kan vaak na 2-3 maanden worden gebouwd. Dit is afhankelijk van het ontwerp en de gekozen materialen. In het stookseizoen lopen de levertijden voor alle projecten vaak op tot ongeveer 3 maanden of langer.

13. Moeten Tigchelkachel of Finoven in onderhoud worden genomen?
Een Tigchelkachel en een Finoven vragen erg weinig onderhoud. Om de 2-5 jaar kunnen wij een controle uitvoeren en eventueel daarbij het inwendige schoon zuigen. Het is aan te raden om dit eens in de drie jaar te herhalen. Dit hangt erg af van uw stookgedrag. De rookgasafvoer (schoorsteen) dient wel elk jaar te worden geïnspecteerd en geveegd. Dit veegstof dient daarna volledig te worden verwijderd.

14. Kan het gewicht van een Tigchelkachel op een houten vloer staan?
Het gewicht van een Tigchelkachel van 600 – 800Kg, kan in veel situaties op een houten vloer rusten. Wel wordt er van te voren gekeken naar de conditie van de betreffende vloer. Mocht het nodig zijn, dan kunnen een paar ondersteuningen er voor zorgen dat het vertrouwd is om tot plaatsen over te gaan. Voor grotere gewichten is een betonnen ondergrond wel noodzakelijk of we maken van te voren een fundering.

15. Heeft elke Tigchelkachel een aparte luchtaanvoer nodig?
Dit is niet bij elke woning noodzakelijk en afhankelijk van de situatie.

  • Bij oudere woningen is het op een kier zetten van een raam voldoende om de kachel van genoeg lucht te voorzien. (Hout verbranden en “natuurlijk” ventileren vindt dan gelijktijdig plaats). Wanneer het hout opgebrand is, kan het raam weer gesloten worden.
  • In nieuwe(re) woningen -voorzien van een Balansventilatie (een betere benaming is Garantieventilatie)-, mag ook (toch wel) handmatig worden ‘gelucht’ en kan met een raam op een kier, of via een open ventilatierooster, er voldoende luchtaanvoer zijn. Wanneer het hout opgebrand is, kan het raam of het rooster worden gesloten en neemt de Garantieventilatie het ventileren weer over.
  • Alleen bij woningen uitgerust met een mechanisch afzuigsysteem (ventileren vindt plaats op basis van onderdruk), is het aan te raden de kachel een eigen, aparte aanvoerbuis te geven. De luchtaanvoer naar de kachel kan dan vanuit een goed geventileerde kelder of kruipruimte plaats vinden, of via een doorlopende grondbuis in de kachel komen.

16. Zal een Finoven of Tigchelkachel elk gebouw kunnen verwarmen?
Zoals u wel zult begrijpen, is alles wat hieronder wordt beantwoord gerelateerd aan de afmetingen van het gebouw.

  • In een ongeïsoleerd gebouw zal een Finoven of Tigchelkachel weinig, of geen warmtebijdrage kunnen geven.
  • In een matig geïsoleerd gebouw zal een Finoven of Tigchelkachel gedeeltelijk een warmtebijdrage geven.
  • In een goed geïsoleerd gebouw zal een Finoven of Tigchelkachel een belangrijke warmtebijdrage kunnen geven.

17. Waar is het gebruik van een Tigchelkachel niet geschikt?

  • In gebouwen waar tijdelijk en vrij snel warmte nodig is, zoals in kerken, sporthallen en vergaderruimtes.
  • In gebouwen met veel glasoppervlak, zoals serres en in kassen.
  • In grote woonboerderijen waarin zich buitengewoon grote woonkamers bevinden.
  • In gebouwen met veel kamers, waarbij deze zich op grote afstand bevinden van de kachel.

18. Wanneer ik de hele dag weg ben, heb ik dan wel wat aan een Finoven of Tigchelkachel?
Dit kan verschillend worden uitgelegd zoals; “Iemand die kortstondig thuis is, zal weinig aan de karakteristieke, continue warmte hebben”.Echter…. een geheel ander antwoord (van een gebruiker) is ook mogelijk, namelijk; “Elk moment van de dag als ik thuis kom is het binnen een behaaglijke temperatuur. Het enige wat ik hoef te doen is ’s avonds (en dan geniet ik daar van), een of twee uren mijn eigen hout te stoken. Mijn woning wordt daarmee hoofdzakelijk verwarmd en slechts af en toe springt de gasketel maar even bij”.

19. Kunt u dan ook direct een prijsopgave geven?
Ja, er kan direct een prijs bij benadering worden geven. Vaak is het goed om nog even over de verschillende mogelijkheden, die tijdens een gesprek naar voren zijn gekomen na te denken. Een offerte wordt gedaan wanneer alle gegevens zijn verwerkt. Als het u meteen al duidelijk is wat u wenst, dan ontvangt u binnen een week een schriftelijke prijsopgave.

20. Waarom is een houtkachel van Chamotte het beste?
Kachels voor houtverbranding zoals we die tegenwoordig veel kennen, worden veel van staal of gietijzer gemaakt. Oorspronkelijk werd een stalen kachel gebruikt voor het verbranden van kolen (!) Daarnaast zijn er ook warmteaccumulerende kachels die speciaal voor houtstook zijn ontwikkeld. Deze Slow release heaters is de officiële Europese benaming, is een houtkachel die warmteopslag kan creëren. Warmteaccumulerende houtkachels zijn bijna allemaal voor > 90% van steenachtig materiaal gemaakt, van natuursteen (speksteen) of van industriële (bak)steen, of chamotte/kleisteen of andere betonachtige soorten.

Met de hoge warmtegeleiding van gietijzer en staal is het bijna onmogelijk een optimaal houtvuur te laten ontstaan. Gewoon beton is in houtkachels slechts toe te laten op plaatsen waar de temperatuur laag blijft, lager dan 300°C. Deze temperatuur is voor houtverbranding net boven de ontbrandingstemperatuur en te laag en beton zal daarom slechts ‘op afstand’ toe te passen zijn. Speksteen wat een warmtegeleiding heeft wat 8 X lager is dan staal, geeft een veel gunstiger eindresultaat. De warmteaccumulatie, het langer warm blijven wordt hierdoor evenredig langer. Een speksteenkachel creëert bovendien een aanmerkelijk betere houtverbranding, maar het is nog niet optimaal eindresultaat. De maximale toelaatbare temperatuur op speksteen is ook rond 350°C en voor een optimale verbrandingstemperatuur is dit te laag. Chamotte (gebakken vuurklei/ porselein) is een industrieel, vuurvast product. Chamotte is in deze vergelijking het lichtste materiaal en om hetzelfde gewicht te krijgen is hiervoor een groter volume nodig en zijn de muren automatisch dikker. Door de lage warmtegeleiding zal het houtverbranding minder snel afkoelen en het aantal graden temperatuurstijging wel 2–3 X hoger oplopen dan in een speksteenkachel. Het aantal graden temperatuurverhoging geeft een evenredig hogere warmteaccumulatie. Chamotte kachels hebben in deze vergelijking het beste eindresultaat en zijn hiermee de ware Slow released heaters. Klik hier voor meer informatie over Kachelmateriaal vergelijkingen.

21. Uitleg over fouten en misverstanden.
Ook bij warmteaccumulerende HR houtkachels kunnen er een aantal dingen fout gaan. Hieronder volgen een aantal van de meest voorkomende fouten en misverstanden én de oplossingen hiervoor.

A. De verwachtingen van de warmteafgifte worden hoog geschat. Veel mensen denken dat deze grote warmteaccumulerende houtkachels veel warmte afgeven en speciaal voor grote ruimtes zijn bedoeld. Dit is niet juist. Een grote warmteaccumulerende houtkachel geeft juist een getemperde warmte, altijd een zeer beheerste warmtebemoeienis, gelijkmatig verspreid over een hele dag!

B. De ochtendstook of een avondstook?
‘s Avonds stoken is in de regel de belangrijkste moment,  1/ omdat de meesten onder ons hiervoor dan de tijd vrij hebben en 2/ ook het opwarmen/het warm houden van de kachel en de woonkamer vindt dan het beste plaats. Een ochtendstook kan het beste alleen op de donkere (koude) dagen van het jaar plaats vinden.

 C.  Het huis is (nog) niet geïsoleerd. Oudere woningen in hartje winter op een behaaglijke temperatuur brengen, vraagt veel warmte. Een accumulerende houtkachel geeft een erg getemperde warmte met een begrensde capaciteit (een soort basiswarmte). Wil men én behaaglijk wonen én zuinig stoken, dan is isoleren dus een voorwaarde! Of met behulp van de CV-gasketel, of een andere verwarmingsbron gaan bijverwarmen.

D.  Men probeert de kachel sterk te belasten. Het is niet mogelijk een houtkachel die gemaakt is om warmte over een lange tijd af te geven, plotseling veel hitte te laten geven. Zelfs over langere periode achterelkaar blijven stoken -anders dan wordt voorgeschreven- zal weinig meer  warmteresultaat geven. Kachel én rookkanaal worden dan alleen maar zwaar belast. Geef dit type kachels ruim de tijd om hun warmte-invloed te laten afgeven.

E.  De stookkamer wordt te vol gezet. Wanneer een stookkamer té vol wordt gezet, dan kan er niet een optimale verbranding plaatsvinden en ontstaat er toch weer rook. Een stookkamer minder vol zetten is vaak al genoeg. Het aantal kilo’s hout per sessie voor een Tigchelkachel en een Finoven is 1/100 van het kachelgewicht. Een portie brandhout een keer afwegen geeft een indicatie voor de volgende stookbeurten.

F.  Nastook. Een oude stookgewoonte, nog een navulling,  is om verschillende reden af te raden.  1/ omdat de stookkamer nog heet is gaat het hout enorm snel ontbranden, wat een onvolledige verbranding, plus veel rookontwikkeling betekent. En 2/ een correcte opstapeling in de stookkamer vindt hiermee tevens niet plaats, waardoor de efficiëntie afneemt. Later (veel later) opnieuw een keer hout inbrengen en opnieuw aansteken is het meest economisch .

G.  Het hout blijkt, na jaren opgeslagen te zijn, toch niet droog genoeg. Met hout dat een vochtigheid heeft dat hoger is dan 18%, is het niet mogelijk een optimale verbranding te realiseren en het warmteresultaat valt hierdoor vaak tegen. Vooral bij harde houtsoorten valt “door en door droog” vaak tegen. Lichte soorten brandhout drogen veel sneller en kunnen, mits gekloofd en open opgestapeld, binnen een jaar winddroog zijn. Een te hoge houtvochtigheid gissen geeft “sissen”! (u ziet het vocht tijdens het stoken uit het hout schuimen, alsof het kookt). Schaf voor het kunnen meten een goede houtvochtmeter aan en controleer het hout hierop regelmatig.

H.  Binnen nog nadrogen. Binnen het hout  nog nadrogen kan de vochtigheid lager maken. Er is dan wel kans dat (on)gedierte, dat zich op en onder de schors bevindt, mee naar binnen wordt gehaald en binnen gaat ontwaken.

I.  Nadrogen in de kachel. Ondanks de waarschuwingen(!!!), zijn er mensen die (eventueel te vochtig) hout gaan nadrogen in een nog warme kachel. ABSOLUUT AF TE RADEN! Hiermee bestaat namelijk de kans dat het hout spontaan en ongecontroleerd gaat ontgassen. Er is daarbij zelfs kans op een ware gasexplosie! Blijft u hiervan bespaard, dan koelt -door het verdampen van vocht- de kachel sterk af. Er is dus per saldo geen enkele winst mee te behalen. Het drogen van brandhout moet volledig buiten (of eventueel naast) de kachel plaats vinden, anders kan men beter gedroogde houtbriketten gaan verbranden of nog één of twee jaar gas blijven stoken.

J.  Stoken op een aslaag. Een laag as beïnvloedt de luchttoevoer nadelig! As dus regelmatig verwijderden.

K.  Warmteaccumulerende kachels warmen kortstondig op, met een heel groot vuur.
Warmteaccumulerende houtkachels branden in vergelijking met “gewone” metalen kachels inderdaad kort en hevig. Echter, een té groot vuur ( in een té korte tijd) is niet wenselijk omdat het niet efficiënt te benutten is. Dit té grote vuur ontstaat wanneer de portie’s brandhout te heftig ontbranden. Dit komt door; A/ de stookkamer te vol plaatsen, B/ te veel dun brandhout, of C/ veel van een harsrijke houtsoort, of de combinatie van A+B+C. Ook het achterhaalde van-onderen-aansteken, levert een té “explosief” vuur. Een bovenop aangestoken vuur brandt ook flink, maar door de gelijkmatiger vuuropbouw tevens véél efficiënter!